| Winkelwagen is leeg |
Wanneer de stralingsbronnnen zich buiten uw huis of bedrijf bevinden dan zijn er diverse mogelijkheden om de woon- en werkplek daartegen te beschermen.
Frequentie
Aarding
Absorptie
Reflectie
Demping
Polarisatierichting
De frequentie van de em-velden is een van de elementairste zake. Men onderscheidt 2 frequentiegroepen: laagfrequent (<100 kHz) en hoogfrequent (>100 kHz). Voor beide frequentiegroepen zijn aparte materialen ontworpen. Enkele materialen zijn in staat om beide groepen af te schermen.
Enkele toepassingen van afscherming:
Laagfrequent: Hoogspanningsmasten, elektrische installaties.
Hoogfrequent: DECT telefoons van de buren, zendinstallaties (GSM/UMTS e.d.)
Om laagfrequente velden af te schermen is een goede aarding nodig. Via de afschermingsmaterialen worden de velden "afgevangen" en via de aarding afgevoerd. Gebeurt dat niet op de juiste wijze, dan kan dat gevaarlijke situaties opleveren.
Afschermingen voor hoogfrequente velden hoeven voor de werking niet te worden geaard. Sommige produkten kunnen geaard worden zodat deze ook de laagfrequente velden afvoeren. Andere textielsoorten kunnen niet worden geaard door de ingekapselde metaalvezels. Dit wordt altijd vermeld bij de levering.
Wanneer afschermmaterialen structureel worden aangebracht dient men deze door een elektriciën te laten aarden. Dit is veiligheidshalve.
Het eenvoudigst is de vergelijking met een spons. Er zijn materialen die niets absorberen en anderen absorberen erg veel. Koolstof/grafiet absorbeerd erg veel, aluminiumfolie nagenoeg niets.
Net als licht, kunnen materialen de em-golven weerkaatsen. Binnen gebouwen kan het lastig worden om de bron snel te vinden. Daarnaast kunnen reflecties bijdragen aan de vorm van de zgn. "hotspots". Dit zijn sterke concentraties van em-velden.
Met afscherming moet men rekening houden met deze reflecties. Wanneer men alleen één buitenmuur inclusief venster afschermt mag dan de em-golven vanuit die richting dempen, maar wanneer zich aan de andere kant van die muur ook stralingsbronnen bevinden (of later worden bijgeplaatst) dan worden deze velden teruggekaatst in de "afgeschermde" ruimte en krijgt men een dubbele dosis.
De dempingsfactor is het resultaat van de reflectie- en absorbtie-eigenschappen. Uiteindelijk telt hoeveel de em-velden worden gereduceerd.
De dempingsfactor wordt aangeduid in dB. Het kan ook in percentages worden uitgedrukt, wat zeer verwarrend werkt door de vele negens. Hoe hoger de dB factor, des te hoger de demping. Alle materialen en materiaalsoorten hebben een andere dempingskarakteristiek.

| Veldsterkte voor afscherming (µW/m²) | dB |
% | Veldsterkte na afscherming (µW/m²) |
dB | % | |
1000 |
0 |
0 |
1000 | 60 | 99,9999 |
|
1000 |
10 |
90 |
100 | 70 | 99,99999 |
|
1000 |
20 |
99 |
10 | 80 | 99,999999 |
|
1000 |
30 |
99,9 |
1 | 90 | 99,9999999 |
|
1000 |
40 |
99,99 |
0,1 | 100 | 99,99999999 |
|
1000 |
50 |
99,999 |
0,01 |
Dit is de richting waarin de golven worden uitgezonden, dat kan horizontaal, vertikaal of diagonaal zijn. Satellieten gebruiken ook wel circulaire polarisatie voor hun communicatie. De meeste materialen hebben dezelfde eigenschappen voor de horizontaal en vertikaal gepolariseerde velden. De diagonaal moet wiskundig worden ontbonden in een horizontale en vertikale equivalent. Horizontaal geplaatste aluminium jaloeziën zullen (in geopende toestand) wel de horizontaal gepolariseerde velden doorlaten, maar veel minder de vertikaal gerichte velden.
Het is te eenvoudig om te zeggen dat men de volledige ruimte (wanden, vloer, plafond, deur, vensters, kieren) moet afschermen met de beste materialen. Dit geeft natuurlijk wel het beste effect, maar is een kostbare zaak.
Gedeeltelijke afscherming kan natuurlijk ook wanneer de lokatie van stralingsbronnen bekend zijn. Hierdoor kan een groot deel van de em-velden buiten de deur worden gehouden. Alleen zijn de bouwbiologische richtwaarden moeilijker of helemaal niet te handhaven vanwege reflecties. Een ander gevaar is dat de situatie kan veranderen en er bijvoorbeeld zendmasten worden bijgeplaatst aan de andere zijde van de afscherming. De afscherming reflecteert deze straling zodat de belasting ter plekke hoger word. Men zal dan regelmatig metingen moeten (laten) verrichten.
Om materialen en omstandigheden te testen op hun werking wordt gebruik gemaakt van de volgende testopstelling.

Men zend met de zendantenne een vastgesteld vermogen uit, bijv. 1000 µW/m² en meet met de ontvangstantenne wat er over blijft. Men meet over een heel frequentiebereik bijv. van 0,1 tot 10 GigaHertz. Hieruit rolt een grafiek zoals:

Horizontaal is de frequentie weergegeven en op de vertikale as de mate van demping. Dit wordt in deze techniek uitgedrukt in dB (decibellen). Dit is een logaritmische berekening waardoor het getalsmatig overzichtelijk blijft. 10 dB is faktor 10, 20 dB is factor 100, 50dB is factor 100.000 etc...
Hoe hoger de lijn ligt, des te beter is de dempende werking. Bij de meeste textiele stoffen is de demping bij de lagere frequenties hoger dan bij de hogere frequenties. Zijn er veel frequenties in het spel boven de 3 Gigahertz (radar, bepaalde Wifi/WiMax frequenties) dan zijn andere materialen beter aan te bevelen.
Van al de door ons aangeboden afschermingsmaterialen zijn deze grafieken verkrijgbaar.